|
Reactie van pastoraal team St. Lucasparochie op de pastoraal-liturgische beleidsnota van het Aartsbisdom Utrecht
Vooraf Het is waardevol, dat er in het aartsbisdom breed wordt nagedacht over de toekomst van locale geloofsgemeenschappen en de rol van liturgie en in het bijzonder de eucharistie daarin.
Om meerdere redenen betreuren we het, dat de pastoraal-liturgische beleidsnota als een voldongen besluit en niet als een gespreksnota wordt gestuurd naar pastorale teams en parochiebesturen. Pastores mogen in de Cura en parochiebesturen in gesprek met de bisschop slechts meedenken over de uitvoering, de implementatie. Dit jaar herdenkt de R.K. kerk, dat 50 jaar geleden het Tweede Vaticaans Concilie begon. Het concilie ademde een sfeer van openheid, vernieuwing en met elkaar optrekken als volk van God onderweg. In schril contrast daarmee wordt deze nota van bovenaf opgelegd, zonder dat de geloofsgemeenschappen daarin op enigerlei wijze gehoord of gekend zijn. De nota refereert aan de fusie van meerdere parochies tot één parochie. In dat fusieproces hebben verschillende parochies grote weerstand overwonnen en de vrees geuit dat hun eigenheid zou verloren gaan door unificatie. Eén maand na de laatste fusie komt het aartsbisdom met deze beleidsnota, waarin de vrees werkelijkheid wordt: één eucharistisch kerkelijk centrum en vele locale kerken die zich in de kou voelen staan. Dit leidt in de geloofsgemeenschappen niet alleen tot irritatie, maar versterkt ook het wantrouwen tegenover de bisschop en het kerkelijk gezag. In het fusieproces is ingezet op missionaire en tevens sterke locale geloofsgemeenschap. Deze nota lijkt daarmee volkomen in strijd. Eenheid is geen zaak van één centrale plaats van vieren, maar in gemeenschappelijkheid vieren, soms locaal, soms boven locaal…waarbij meerdere locaties plaats van gebed en ontmoeting met de Heer kunnen zijn. Schrijnend is verder, dat er in de nota geen onderscheid gemaakt wordt tussen de situatie in de stad, met toenemende leegloop uit de kerken, én het landelijke gebied, met her en der vitale geloofsgemeenschappen en betrekkelijk grote afstand tussen de dorpen. Alleen de stad Utrecht schijnt een uitzondering te vormen. Daarom een voorbeeld: in zeer protestante dorpen als Voorthuizen en Barneveld nemen op zaterdagavond en zondag respectievelijk ca. 70 en 140 parochianen deel aan de viering, terwijl sommige ‘eucharistische centra’ in Utrecht het regelmatig met minder kerkbezoek moeten doen op zondagmorgen.
I. Opbouw van één eucharistisch centrum: afbraak van de plaatselijke geloofsgemeenschap
De nota veronderstelt dat de parochie als geheel aan kracht wint met één eucharistisch centrum, waar elke zondag de eucharistie wordt gevierd en zo lang het kan ook in de omliggende kerken. In feite accepteert het bisdom daarmee de afbraak van locale geloofsgemeenschappen, die het gaandeweg moeten stellen zonder regelmatige eucharistie.
Eigen locale kleur Ook al is door de fusie er één parochie, locale geloofsgemeenschappen hebben hun eigen traditie en cultuur ontwikkeld. Hoe verhoudt zich de opbouw van de plaatselijke geloofsgemeenschap tot de liturgie? Goede liturgie draagt ook het stempel van de locale geloofsgemeenschap. Hoe wordt daar aan gewerkt als op één plaats de ene priester de eucharistie viert, terwijl andere plaatsen nog sporadisch de eucharistie vieren, zolang er emeriti beschikbaar zijn. In Frankrijk zie je in kleinere plaatsen, waar nog 1x in de twee à drie maanden liturgie gevierd wordt, de locale geloofsgemeenschap verdampen. Dit gebeurt niet waar mensen hun locale geloofsgemeenschap ervaren als vitaal met inspirerende vormen van vieren: in eucharistie en andere vormen van liturgie. Hoe zien we bijvoorbeeld de toekomst van jonge gezinnen en kinderen, die binnengeleid worden in geloven? Hoe kan met het oog op toekomst gewerkt worden aan opbouw en ontwikkeling van vitale plaatselijke geloofsgemeenschappen, waarbij de eucharistie een belangrijke bron van inspiratie is?
Verschraling op locatie Hoe verhoudt zich de eucharistie tot andere vormen van vieren? In het bisdom is in de afgelopen jaren een praktijk gegroeid van afwisseling tussen eucharistie en communieviering en gebedsviering. In het eucharistisch centrum zal op zondagmorgen de priester voorgaan en de verkondiging verzorgen. Want alleen de priester en de diaken komt de homilie toe. M.a.w. de pastorale werker zal niet meer voorgaan in de centrale viering in het eucharistisch centrum. Dit betekent een verschraling in de verkondiging, want juist de variëteit in stijl en benadering van de H. Schrift in relatie tot de actualiteit wordt door veel parochianen gewaardeerd. De gelovigen in het eucharistisch centrum en in de omliggende kerken zullen deze verschraling ervaren. Of dit opweegt tegen de veronderstelde aantrekkingskracht van de eucharistie op één plaats en dezelfde tijd valt zeer te betwijfelen.
II Priester centrale liturgie: afbraak van instituut van de pastoraal werker
De nota gaat uit van priester en eucharistie en sluit aan bij een ontwikkeling, die de laatste decennia sterker voelbaar wordt: de eucharistie hangt af van het bijzonder priesterschap. Het ambt is belangrijker geworden dan de eucharistie. Zo is Witte Donderdag meer en meer een priesterfeest geworden en minder het feest van de eucharistie. In die lijn zien wij het verbod van de communieviering op Witte Donderdag. Dat de bisschop het ziet als een belangrijke taak de eucharistie te sauveren, zonder maar één woord te wijden aan het vraagstuk van het ambt, en alleen aandacht te schenken aan het eucharistisch centrum uitgaande van de huidige priesterlijke bediening, is kenmerkend voor de behoudende visie op het priesterschap als een zaak van de gewijde celibataire man met uitsluiting van mogelijkheden voor een vernieuwende visie op het ambt.
De nota gaat er vanuit dat de rol van pastoraal werker in liturgisch opzicht beperkt wordt tot het brengen van de H. Communie naar de locaties. De pastoraal werker wordt geacht deel te nemen aan de eucharistie voordat hij/zij de H. Communie brengt naar de locaties. Hij speelt daar nauwelijks of geen rol in. Daarmee wordt de functie van de pastoraal werker zeer beperkt. Hij staat liturgisch niet langer in het hart van de geloofsgemeenschap. Hoe ziet het bisdom de praktische regeling van deelname aan eucharistie en van daaruit het H. Brood brengen naar de locaties. Wordt er gedacht aan een klassieke vroegmis of begint de communieviering rond het middaguur?
III Paaswake
Vanouds is de paaswake een wake in de avond en nacht van stille zaterdag naar de morgen van Pasen. De paaswake is een wake: de Schriften worden gelezen, het Woord van God wordt overwogen, er wordt gezongen uit de psalmen en cantieken bij het licht en het water… Pas later is daar een uiterst sobere eucharistie aan toegevoegd. De feestelijke eucharistie wordt gevierd op de morgen van Pasen. In de paaswake is vanouds geen voorganger, maar de gemeenschap waakt en bidt in de hoop van de verrijzenis. Juist de paaswake kan bij uitstek gevierd worden met de pastoraal werker of een groep parochianen, die leiding geven aan de liturgie. Bij uitstek is de paaswake daarom geschikt om oecumenisch gevierd te worden, zoals her en der gepraktiseerd wordt. Op de morgen van Pasen kan vervolgens feestelijk de eucharistie gevierd worden, waarbij als plaats van vieren een jaarlijkse afwisseling tussen de locaties eerder een kracht dan een zwakte is in de éne parochie.
IV Gemiste kansen in de nota
Ook al gaat de nota niet over liturgische praktijk in brede zin, toch lijkt het ons zinvol aandacht te besteden aan vragen die rond de liturgie leven - Waar de nota terecht spreekt van teruggang in kerkelijke betrokkenheid, missen wij aandacht voor kleine geloofsgemeenschappen. Waarom geen woord van bemoediging of uitdaging om werk te maken van vieringen in kleine kring en huisliturgie? - Aandacht voor de vorming van gelovigen in het leren vieren bij de momenten in het leven van de geloofsgemeenschap, die zich zomaar voordoen. Het gaat daarbij om het verbinden van het leven met het lezen uit en overwegen van de H. Schrift en daar biddend, meditatief, liturgisch vorm aan te geven. - Aandacht voor de vrijwilligers als voorganger in de liturgie van de parochie ontbreekt in de nota. Is het in het licht van deze nota nog zinvol parochianen op te leiden tot voorgangerschap in liturgie aan de basis, bijv. door een cursus als ‘het woord krijgen’? Wat te denken van vorming tot parochieel voorganger in de woord- en communieviering? Welke kansen krijgen parochianen als voorgangers in de liturgie of worden zij toegerust om aan de kant te blijven staan? - Aandacht voor de wijze van vieren. In hoeverre wordt liturgie, en met name de eucharistie, gevierd als levende liturgie, waar God tot de gemeenschap spreekt en aanwezig is in de gemeenschap, die het leven in geloof viert. Is liturgie op verschillende plaatsen niet verworden tot het ‘vieren van het boekje’, een nauwgezet voltrekken van het ritueel? In hoeverre is liturgie aantrekkelijk, inspirerend? Hoe wordt er gewerkt aan de ´ars celebrandi´ de kunst van het vieren door liturgische vorming van priesters, pastoraal werkers, parochianen?
Tot besluit: breed gedragen bezinning
Om pastoraal-liturgisch de kansen en mogelijkheden voor de parochie van de toekomst goed te doordenken en daardoor draagvlak te creëren voor nieuw beleid is het belangrijk te komen tot een diepgaand proces van bezinning op de liturgie in de (pas gefuseerde) parochie. Naast inhoudelijk bezinning op liturgie en ambt vinden wij het belangrijk aandacht te hebben voor verschillende ontwikkelingen in ons bisdom, zoals: onderscheid tussen stad en platte land, de eigen kleur van locale en levenskansen voor geloofsgemeenschappen ‘en de parochie als geheel, maar ook ruimte te scheppen voor fasering, toegroeien naar enkele eucharistische centra op termijn. De eucharistie zal dan bron en hoogtepunt zijn van de geloofsgemeenschap te midden van vele vormen van vieren.
11.02.2011 pastoraal team St. Lucasparochie
Bert Sturkenboom Antoinette Bottenberg Fred Kok Ben Piepers
|