Geef ons heden ons dagelijks brood
In de liturgie
wordt naast het eucharistisch brood (communie) soms Turks brood,
stokbrood, of thuis
gebakken brood gedeeld. Dat roept vragen op. Sommigen vinden het
verwarrend,
anderen
verrijkend.
Daarom een korte beschouwing ter verheldering.
Een stukje
geschiedenis
In de
eucharistie is er vaak één grote hostie,
die de
priester gebuikt om het heilig brood te tonen na de
consecratie en te breken voorafgaand aan de communie, de
gelovigen ontvangen bij de communie een
kleine hostie.
De eerste
christenen hebben in de eucharistie het brood gebruikt, dat voor
handen was.
Ook al
wordt er al
spoedig een onderscheid gemaakt tussen de gezamenlijke maaltijd
en de rituele viering met offerkarakter
en zegengebed, toch wordt tot het jaar 1000 het ongedesemde
brood gebruikt, dat ook thuis op tafel staat
voor de maaltijd. De christenen brengen zelf brood en wijn mee.
Zij geven dat afvoor de viering of
dragen het aan bij het klaarmaken van de tafel.
Slechts
een deel van het meegebrachte brood wordt
gebruikt. Wat overblijft krijgt een diaconale bestemming. Het
naar voren brengen van de gaven wordt
gezien
als een symbolische handeling: een offergang uit dank en uiting
van bereidheid tot deelname aan
het offer van Christus.
Dat is
overigens ook nu nog de betekenis van de collecte, die een
diaconaal doel
dient en op de tafel geplaatst wordt als gave van de
gemeenschap.
In de
eucharistie gaat het om de lofprijzing van God én persoonlijk en
gezamenlijk gericht worden op
God, door het gedenken van Jezus Christus en het bidden om de
Geest over de gaven en de gemeenschap.
Er wordt gelezen uit de Schriften, er wordt gebeden en gezongen.
De presbyter (later: bisschop en
priester) spreekt over het brood en de beker de dankzegging,
breekt het brood en deelt het met de
aanwezige gelovigen. Dat dankgebed is geleidelijk uitgegroeid
tot het eucharistisch gebed.
In de oude
liturgie is het breken van het brood heel belangrijk.
Het
herinnert aan Jezus, die zichzelf heeft
gegeven ten einde toe. Begeleidende zang bij het breken van het
brood is het 'Agnus Dei: zie het lam
Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.'
Voor de eerste
gelovigen is deelname aan de communie het hoogtepunt van de
eucharistie. Dat
is
het
moment van éénwording met Christus. Daarom wordt bij het delen
van het brood dikwijls de wens
uitgesproken:
Lichaam
van Christus. Augustinus heeft van die wens gezegd: 'Ontvang wat
je bent, wordt
watje ontvangt: Lichaam van Christus'.
Het is de
wens dat wij één worden met Hem en samen zijn
gemeenschap vormen.
Gaandeweg in de
geschiedenis komt er een grotere afstand tussen God en Christus
in
zijn majesteit én de
mens in zijn zondige kleinheid. Dat heeft zijn weerslag op de
beleving van de eucharistie en de communie
in
het bijzonder: het gezegende brood wordt als steeds heiliger en
verhevener beleefd en het brood wordt
bijna onaanraakbaar.
De
gelovigen gaan uit eerbied voor het heilige brood minder vaak
ter communie of
zien daar helemaal van af en nemen geestelijk deel aan de
communie. Voordat men deelneemt aan de
sacramentele communie, maar ook voor de geestelijke communie
bereidt men zich voor door
boetedoening en biecht, om zuiver te naderen tot het
'allerheiligste'. Het aanvankelijke brood wordt
teruggebracht tot een kleine hostie die met veel eerbied en
heiligheid wordt omgeven.
liturgische
vernieuwing
Aan het begin
van de twintigste eeuw ontstaat de liturgische beweging. Paus
Pius X houdt in 1903 een
sterk pleidooi voor de actieve deelname van de gelovigen aan de
liturgie en weer deel te nemen aan de
sacramentele communie. Vanaf 1910 wordt de kindercommunie
ingesteld en worden kinderen van
ongeveer zeven jaar geacht te kunnen meedoen aan de eucharistie.
Pius
X vindt participatie belangrijker
dan het volle besef van het mysterie van de eucharistie. Hij
weet dat je
je
hele leven nodig hebt om
het
mysterie van de eucharistie in zijn diepte te verstaan en te
groeien naar de éénwording met Christus.
In
de jaren na het Tweede Vaticaans Concilie komt de liturgische
vernieuwing in een stroomversnelling.
Er ontstaat ruimte voor volkstaal, eigen gezangen, deelname aan
de communie door het gezegende brood
op de hand te ontvangen. Het samen maaltijd houden rond de Tafel
van de Heer krijgt een tijdlang meer
aandacht dan het offerkarakter van de eucharistie. Tegelijk is
er een ontwikkeling de maatschappelijke
betekenis van de eucharistie serieus te nemen: leven, avondmaal
en kruisdood van Jezus zijn
onlosmakelijk met
elkaar verbonden. Deelname aan de eucharistie is niet zonder risico,
het vraagt
maatschappelijke betrokkenheid in diaconie, zelf gave en inzet voor
wie kwetsbaar zijn.
Om dat laatste
zichtbaar te maken ontstaat op sommige plaatsen het gebruik grote
hosties te breken en
delen bij de communiegang. Er is een verlangen tot een nabijer en persoonlijker
verstaan van de
communie. Het heilige brood van de eucharistie wordt met minder sctfroom
en meer levensnabijheid
ontvangen. Het wordt gelovig verbonden met het dagelijks brood, dat
thuis wordt gedeeld, het brood van
tranen en zorgen, van hoop en verlangen.
Door het tekort aan
priesters ontstaat rond 1970 ook het verlangen dat het eucharistisch
brood gedeeld
kan worden buiten de eucharistie.
Er groeit in
die jaren hoop, dat de toelating tot het ambt verruimd
wordt. Als tussenstap wordt de viering van woord en communie
gepraktiseerd. Het is een afgeleide vorm
van de eucharistie, waarin niet-gewijde pastores en parochianen
voorgaan. Het heilig brood (heilige
reserve) wordt voor de communie uit het tabernakel op de tafel
plaatst. Het communiegebed heeft het
karakter van een dankgebed, en is duidelijk anders dan het
eucharistisch gebed. Er is ook geen breken van
het brood. Daarom is er ook geen Sanctus of Agnus Dei in de woord-
en communieviering.
Sommigen vinden deze
vorm van vieren onrecht doen aan de eucharistie ('slap aftreksel'),
anderen vinden
er juist een grotere ruimte voor creativiteit en herkenning in van
hun geloven en zoeken in deze tijd.
Agapè - maal van
verbondenheid
Soms is er behoefte
brood en wijn met elkaar te delen, terwijl de aanwezige gemeenschap
deels niet 'kan'
deelnemen aan de eucharistie of communieviering.
Dit doet zich
bijvoorbeeld voor bij een uitvaart, waar een deel van de betrokkenen
vervreemd is van de
kerkelijke liturgie en een deel zich wel betrokken voelt. Een
gebedsdienst met eigen vormen van
symboliek is dan mogelijk. Soms wordt gekozen toch 'gewoon' brood
met elkaar te delen als maaltijd van
verbondenheid. Ook in sommige oecumenische diensten (bijv.
Thomasviering) wordt de agapè gezien als
een mogelijkheid om gezamenlijk aan tafel te gaan ..
Een ander moment is
de presentatie van kinderen, die worden voorbereid op hun eerste
communie. Zij
hebben thuis met een van de ouders brood gebakken en brengen dit mee
naar de kerk. In de viering stellen
zij zichzelf voor, doen mee met de bezinning op de Schrift en
brengen hun zelfgebakken brood en het
druivensap naar voren. De kinderen kunnen nog niet deelnemen aan de
tafel des Heren. De parochie
neemt in deze situatie deel aan de tafel van de kinderen ... samen
met de kinderen gaat de gemeenschap op
weg naar het feest van hun eerste heilige communie.
Is dit een
vorm van missionair kerk-zijn?
Van ouds is de agapè,
het maal van verbondenheid hiervoor geschikt. Het is belangrijk, dat
er geen
verwarring ontstaat. De status van de viering moet duidelijk zijn.
Goede communicatie en helderheid in
vormgeving kunnen hierbij helpend zijn. Verder is nuttig, dat het
brood qua vorm afwijkt van het brood
in de eucharistie (bijv. stokbrood of Turks brood). Het gebruik van
druivensap heeft in die zin de
voorkeur boven wijn. Ook het gebed of de tekst bij brood en
druivensap zal niet de sfeer van de
eucharistie oproepen, maar een eigen stijl dragen.
Het is belangrijk de
keuze voor de agapè zorgvuldig afte wegen en te zorgen, dat de
praktijk van het
vieren van de agapè helder is voor de deelnemers.
Anders vieren
Gaandeweg groeit
daarnaast ook het verlangen om ook oude vormen van liturgie te
herontdekken of
nieuwe vormen een kans te geven. 'Anders vieren' kan putten uit een
rijke traditie aan mogelijkheden en
biedt kans tot eenvoudig, creatief en eigentijds vieren:
getijdengebed als lauden en vesper, gebeds-,
meditatie-, of schriftdienst en Thomasviering. Daarin kunnen woord
en muziek, stilte en symbool
evenzeer sacramenteel voedend zijn: 'geef ons heden ons dagelijks
brood'.
namens team van
pastores
Ben Piepers
|